Top of this page
Skip navigation, go straight to the content
16 juni 2010
In 2009 vielen er 37 slachtoffers bij 34 fatale woningbranden. Bij 22 van deze branden (25 slachtoffers) was sprake van een niet-opzettelijke brandoorzaak. De belangrijkste oorzaken waren explosie, het in slaap vallen tijdens het roken en kortsluiting. De belangrijkste oorzaken waren explosie, het in slaap vallen tijdens het roken en kortsluiting. Dat staat in de rapporten van het Nederlands Instituut Fysieke Veiligheid Nibra (NIFV) ‘Fatale Woningbranden 2009’ en ‘Fatale Woningbranden – Vergelijking tussen de jaren 2003, 2008 en 2009’. De staatssecretaris van BZK heeft de beide rapporten – mede namens de Minister voor WWI – aangeboden aan de Tweede Kamer. De Nederlandse Vereniging van Brandweerzorg en Rampenbestrijding (NVBR) is content met de kabinetsreactie waarin wordt aangegeven dat men zich sterk wil blijven maken voor een goed brandpreventiebeleid.
Oorzaken
Gegevens over de oorzaken, de omstandigheden en het verloop van woningbranden dragen bij aan de informatiebehoefte om het brandveiligheidsbeleid verder te kunnen verbeteren. Dit was aanleiding voor de betreffende ministeries om het NIFV opdracht te geven fatale woningbranden in te onderzoeken. De belangrijkste oorzaken van de 15 fatale woningbranden (van 7 woningbranden was de oorzaak niet bekend) waren explosie, het in slaap vallen tijdens het roken en kortsluiting. Bij het ontstaan van brand is er een sterke relatie tussen roken en schuimrubberhoudend meubilair en matrassen. De technische gebouwkenmerken, zoals installaties en materialen van bouwconstructies, hebben nauwelijks invloed gehad op de brandontwikkeling.
Kinderen en ouderen
De meeste dodelijke slachtoffers (60%) zijn kinderen van 10 jaar of jonger of ouderen in de leeftijd van 66 jaar of ouder. Veel van de dodelijke slachtoffers lagen (vermoedelijk) te slapen (72%). Verder was een deel van de dodelijke slachtoffers niet of beperkt zelfstandig mobiel (32%) waaronder jonge kinderen en bedlegerige personen. Bijna een kwart (23%) van de fatale branden vond plaats in een woning met een eenvoudige bouwconstructie, zoals een stacaravan of chalet.
Bij 4 van de 22 fatale woningbranden (18%) waren rookmelders aanwezig die bij deze 4 fatale woningbranden wél hebben gefunctioneerd. Van de 25 dodelijke slachtoffers hebben 9 personen een vluchtpoging ondernomen, maar de uitgang niet bereikt. Bij 18 slachtoffers was redding door de brandweer niet meer mogelijk, aangezien de slachtoffers al vóór de aankomst van de brandweer waren overleden.
De opkomsttijd van de brandweer bedroeg in 2009 minder dan 8 minuten bij 17 (89%) van de 19 fatale woningbranden waarvan de opkomsttijd bekend is. Van de 22 fatale woningbranden vonden evenveel branden (ieder 8) plaats in een flatwoning en in een eengezinswoning. De helft van de fatale woningbranden vonden in een koopwoning plaats en de andere helft in een huurwoning.
‘Wij adviseren, evenals in het onderzoek over 2008, om het brandpreventiebeleid vooral te richten op het beperken van het ontstaan van brand door roken. Dit is mogelijk door schuimrubberhoudend meubilair en matrassen brandveilig te maken’, aldus Rene Hagen, lector Brandpreventie bij de Brandweeracademie van het Nederlands Instituut Fysieke Veiligheid. ‘Verder willen wij meer inzicht verkrijgen in de rol van consumentenproducten bij het ontstaan van woningbranden, aangezien een belangrijk deel van de woningbranden in 2009 door kortsluiting en een onjuist gebruik van elektrische apparaten werd veroorzaakt. Het is daarbij noodzakelijk ook woningbranden waarbij geen dodelijke slachtoffers vielen nader te onderzoeken.’ NIFV en NVBR zijn verheugd dat deze aanbeveling wordt opgevolgd.
Ook beveelt het NIFV aan om gedurende een aantal jaren de aanwezigheid van rookmelders bij zowel fatale als niet-fatale woningbranden te onderzoeken. Hagen: ‘Hiermee kan de effectiviteit van rookmelders voor het overleven van een woningbrand vast worden gesteld.’
De NVBR is content met de kabinetsreactie. ‘Veel woningbranden hadden wellicht voorkomen kunnen worden, wanneer mensen zich meer bewust zouden zijn van de brandgevaren in en rondom hun huis. De brandweer kan namelijk geen branden voorkomen, daar is de burger zelf verantwoordelijk voor, aldus Elie van Strien, bestuurslid van de NVBR. ‘Het veiligheidbewustzijn van de burger moet verder omhoog. Mensen moeten doordrongen raken van het feit dat ze zelf maatregelen moeten nemen om hun veiligheid te vergroten. De overlevingskansen zijn in de eerste minuten na het ontstaan van een brand nu eenmaal het grootst. Daarom zal de brandweer wijzen op het belang van het installeren van rookmelders, terwijl we voor de nabije toekomst ook grote mogelijkheden zien voor betaalbare woningsprinklers, die binnenbranden in de kiem kunnen smoren. Tevens onderneemt de NVBR concrete initiatieven om het veiligheidsbewustzijn bij risicodoelgroepen zoals studenten en ouderen te vergroten.'