Top of this page
Skip navigation, go straight to the content
Een betere brandveiligheid van kampeerterreinen. Dat is het doel van de Handreiking Brandveiligheid Kampeerterreinen die de Nederlandse Vereniging voor Brandweerzorg en Rampenbestrijding (NVBR) heeft opgesteld.
Sinds1 januari 2008 mogen gemeenten zelf bepalen hoe zij hun kampeerbeleid vormgeven. "Het is dan zeer de vraag óf en hoe de brandveiligheid daarin wordt gewaarborgd", aldus Koos Scherjon, regiocommandant Noord- en Oost-Gelderland en bestuurslid van de NVBR. Er is namelijk geen uniforme wetgeving en de brandveiligheidsvoorschriften zijn versnipperd over verschillende rechtsgebieden. Om de gemeenten de helpende hand te bieden, heeft de NVBR alle brandveiligheidsvoorschriften voor kampeerterreinen in kaart gebracht die in verschillende wetten en regels zijn vastgelegd. Bovendien geeft de handreiking aan gemeenten de mogelijkheid om hun voorschriften onderling op elkaar af te stemmen.
Zo beschrijft de handreiking tal van bestaande maatregelen om brand te voorkomen of het aantal slachtoffers te beperken. Enkele voorbeelden: een brand- of koolmonoxidemelder in tenten, caravans en huisjes, een verbod op vuurkorven en barbecues bij extreme droogte, toezicht op het aantal en soort gasflessen, voldoende blusmiddelen, een ontruimingsplan en onbelemmerde vluchtwegen. Scherjon: "Met deze richtlijnen kunnen de gemeenten en exploitanten van kampeerterreinen de brandveiligheid vergroten en zodoende de veiligheid van recreanten beter garanderen."
De Handreiking Brandveiligheid Kampeerterreinen is opgesteld door preventiedeskundigen van het Landelijk Netwerk Brandpreventie van de NVBR. De projectgroep heeft daarbij gebruik gemaakt van de Handreiking Brandveiligheid Kampeerterreinen van de Regionale Brandweer Zeeland. De handreiking is afgestemd met diverse partijen, zoals de RECRON (Vereniging van Recreatieondernemers Nederland), de SVR (Stichting Vrije Recreatie), VNG (Vereniging Nederlandse Gemeenten) en de ministeries van BZK (Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties), VROM (Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu) en LNV (Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit).