Top of this page
Skip navigation, go straight to the content

Sprinklerinstallatie van dichtbij bekeken

Tijdens ons bezoek aan Breman Brandbeveiliging (17 september 2011) kregen we uitgebreid uitleg over de werking van sprinklers en sprinklerinstallaties.

Er bestaan verschillende soorten sprinklerinstallaties. De meeste installaties zijn natte installaties, waarbij het systeem constant op druk wordt gehouden. De droge sprinklerinstallatie wordt pas gevuld als de brandmeldinstallatie in alarm gaat. Daardoor treedt de sprinklerinstallatie wel iets later in werking, maar het voordeel is dat hij niet kan bevriezen.

In een computerruimte wordt vaak een extra beveiligde sprinkler toegepast. Die heeft twee koppen in plaats van een. Beide koppen moeten geactiveerd worden voordat het systeem in werking treedt.

Het model van de sprinklerkop bepaalt de sproeirichting. Sommige sprinklers sproeien naar beneden, sommige meer in de breedte of juist meer naar boven om het plafond te koelen.

naar boven

Luchtbel, vloeistof en warmte

Sprinklers zijn ingesteld op een bepaalde ruimtetemperatuur. Sommige sprinklers treden in werking bij een temperatuur van 68 graden, terwijl anderen pas bij 280 graden worden geactiveerd.

Maar hoe werkt het? Een sprinklerkop bevat een met vloeistof gevuld glazen buisje. De kleur van de vloeistof geeft aan op welke temperatuur de sprinkler is ingesteld. In het buisje zit een luchtbel. Afhankelijk van de temperatuur waarop de sprinkler in werking moet treden, is die luchtbel groter of kleiner. Als het buisje wordt opgewarmd, zet de vloeistof uit. Het luchtbelletje wordt steeds kleiner, tot het glasbuisje uiteindelijk breekt.

Welke sprinkler je moet gebruiken, hangt af van de situatie. De norm is: de maximale omgevingstemperatuur in een ruimte plus 30 graden. In een bedrijfskeuken heb je dus een andere sprinkler nodig dan in een woonkamer.

Kamikazesysteem

Bij Breman Brandbeveiliging kunnen we ook de pompinstallatie zien die deel uitmaakt van het sprinklersysteem. Breman heeft een eigen bron op twee meter diepte en een watervoorziening van 2000 kuub per uur. Om te voorkomen dat de pomp uitvalt en dus ook je beveiliging, wordt de pomp altijd vóór de hoofdschakelaar aangelegd. Het is een kamikazesysteem: het gaat door tot de laatste druppel of tot de brandweer de juiste afsluiters dichtdraait.

Hulppomp en hoofdpomp

sprinklesinstallatieDe pompinstallatie heeft een hulppomp en een hoofdpomp. De hulppomp houdt de installatie op druk. De druk is 10 bar en de hulppomp geeft maximaal 30 liter water.

De minimale werkdruk van een sprinklerkop is 0,5 bar. De pompinstallatie moet in staat zijn om minimaal 60 liter per minuut te leveren voor iedere individuele sprinklerkop en minimaal 42 l/min als er twee sprinklers tegelijk in werking gaan.

De hulppomp probeert als eerste de brand te blussen en daarna neemt de hoofdpomp het over. Het is een kamikazesysteem: het gaat door tot de laatste druppel of tot de brandweer de juiste afsluiters dichtdraait.

Sprinklermeldcentrale

De sprinklerinstallatie heeft ook een sprinklermeldcentrale. Deze geeft niet alleen de melding door aan de brandweer, maar registreert ook waar de brand gelokaliseerd is. Uitschakelen van de doormelder is strikt verboden. Als de centrale een melding geeft, is er namelijk altijd iets mis.

De sprinklermeldcentrale staat in een waterdichte kast. Het is in feite een 'black box'; de centrale registreert en onthoudt alles wat er is gebeurd.

Inspector's Test Connection

De Inspector's Test Connection  (ITC) bevindt zich op het verste punt van het systeem. Door de afsluiter helemaal open te draaien, kun je controleren of het water snel genoeg de sprinklerkoppen bereikt.

Mandy Tjong Tjin Tai-Klaver

naar boven