Top of this page
Skip navigation, go straight to the content

Brandonderzoek

Naar aanleiding van een brand kan de noodzaak bestaan voor nader onderzoek. Het onderzoek bestaat uit de volgende vier stappen:

In deze fase gaat het erom dat de brandonderzoeker op basis van de oriëntatie ter plaatse bepaalt in welke mate activiteiten voor het veldonderzoek uitgevoerd en voorbereid moeten worden. Analyse van de brandmelding, het opstellen en uitvoeren van een verkenningsplan en het opstellen van een hypothese over de mogelijke brandoorzaak en het gevolg maken onderdeel uit van deze oriëntatie. Op basis van deze oriëntatie bereid de onderzoeker het veldonderzoek voor door het opstellen van een werkplan, het verzamelen van documenten met informatie betreffende het bouwwerk (denk hierbij aan vergunningen en tekeningen) en het opstellen van een interviewplan.

Doelstelling

brandonderzoek-2_334.jpg (36 Kb)Het onderzoeken van branden is voor de brandweer een manier om te kunnen leren. Onderzoeken leveren veel leerzame informatie op over: oorzaken van branden, brandverloop,  de effectiviteit van brandpreventieve voorzieningen en brandbestrijding.

De brandweer deed tot zes jaar geleden geen brandonderzoek. Dit lag in handen van verzekeraars (schuldvraag) en politie (strafrechterlijke vervolging), maar deze partijen hebben niet dezelfde doelstellingen als de brandweer. Brandweer Apeldoorn nam in 2006 het initiatief om, als proef, brandonderzoek onderdeel te laten uitmaken van de brandweeractiviteiten. In 2008 is besloten om, in zes regio's, een landelijk pilotproject te gaan draaien met brandonderzoeksteams binnen brandweer Nederland.

Brandonderzoeksteams

In januari 2011 heeft de Raad van Regionaal Commandanten, op basis van de ervaringen met het project Brandonderzoek, besloten om brandonderzoek structureel in te voeren in de brandweerorganisatie. Dit betekent dat hulpverleningsregio's met elkaar een gezamenlijk brandonderzoeksteam  organiseren. Per district wordt een onderzoeksteam ingericht. De reeds opgeleide brandonderzoekers gaan in een van de zes brandonderzoeksteams aan het werk. In het overzicht is te zien waar en hoeveel brandonderzoekers momenteel werkzaam zijn.

Districten

Districten

Ondersteunende rol

De brandonderzoekers hebben de afgelopen jaren niet alleen onderzoek uitgevoerd in hun eigen regio, maar zijn ook ingezet op basis van hun kennis en ervaring  voor onderzoeken in regio's die zelf geen team hebben. Zowel  ter ondersteuning van andere teams binnen de brandweer alsook ter ondersteuning van de politie. Voorbeelden hiervan zijn: onderzoek parkeergarage Appelaar in Haarlem, Schoolbrand Groningen, onderzoek van het Landelijk Team Forensische Opsporing in Moerdijk, onderzoek naar aanleiding van natuurbrand Aamsveen.

Vakbekwaamheid

De brandonderzoekers hebben de opleiding brandonderzoeker gevolgd op de Brandweeracademie. Om de opgedane vakbekwaamheid te behouden en te vergroten, wordt jaarlijks een themadag georganiseerd voor en door de brandonderzoekers die werkzaam zijn bij de brandweer.

Sommige branden hebben een andere wijze van onderzoek nodig dan de algemeen aangeleerde techniek. Natuurbrand is hier een voorbeeld van. In 2011 is om die reden een cursus natuurbrandonderzoek georganiseerd door de politie Noord- en Oost-Gelderland en de Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland. In totaal namen twintig brandonderzoekers deel aan deze cursus waarvan tien afkomstig waren van de brandweer

Uitrol brandonderzoek

Tot en met eind 2012 regisseert de NVBR landelijk de uitrol van brandonderzoek op districtsniveau. Daarbij hebben we/heeft de NVBR de volgende doelstellingen:

  • verdere verzameling van de gegevens van brandonderzoeken in de database brandonderzoek. Met deze gegevens kunnen analyses gemaakt worden die als informatie dienen voor management, afdelingen en netwerken risicobeheersing en repressie, om verbeteringen/aanpassingen in optreden, wet- en regelgeving en voorlichting te kunnen doorvoeren;
  • de vakbekwaamheid van de brandonderzoekers op peil houden door het ontwikkelen van vervolgcursussen en opfriscursussen in samenwerking met het NIFV (brandweeracademie);
  • de doorontwikkeling van de huidige opleiding op basis van de ervaringen uit de afgelopen drie jaar in samenwerking met het NIFV (brandweeracademie);
  • afspraken maken over te volgen werkwijzen en doelstellingen en deze vastleggen;
  • afstemming organiseren met het Netwerk Risicobeheersing en het Netwerk Repressie om te komen tot een Jaarplan brandonderzoek;
  • het versterken van de samenwerking met politie, verzekeraars en andere onderzoeksinstanties (onder andere Onderzoeksraad voor veiligheid) .